Get Adobe Flash player

Rapportage onderzoek voetbal

LEEUWARDEN - In maart 2010 heeft de gemeente Leeuwarden de eindrapportage naar buiten gebracht van het onderzoek naar de voetbalverenigingen in deze gemeente. Het onderzoek is uitgevoerd door de KNVB District Noord in samenwerking met de gemeente.

Gemeente LeeuwardenAanleiding tot het onderzoek was het convenant dat op de vergadering van de Vereniging van Leeuwarder KNVB Clubs op 19 april 2007 werd gesloten. Door ondertekening van dit convenant hebben partijen zich gecommitteerd aan het tot stand brengen van een efficiënte en effectieve inzet van verenigingsondersteuning, het terugdringen van problemen bij en met voetbalverenigingen en het bewerkstelligen van vitale en stabiele verenigingen in de gemeente Leeuwarden. Op deze pagina vind je de belangrijkste onderdelen uit de rapportage.

Kadernota sport

Binnen de gemeente Leeuwarden is in 2003 een kadernota Sport vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze kadernota zijn de kaders uitgezet om verdere uitwerking van het sportbeleid mogelijk te maken. Belangrijke beleidsuitgangspunten uit deze nota zijn:

  • Er wordt toegewerkt naar vier sportconcentratiegebieden in de stad Leeuwarden: Magere Weide, Nijlân, Kalverdijkje en (nieuw) de Zuidlanden. Daarnaast zijn er de sportcomplexen in de dorpen, waaronder ’t Loo in Wirdum en sportcomplex Wiarda.
  • De ruimte op de sportconcentratiegebieden moet zo optimaal mogelijk benut worden. Daar waar sprake is van overcapaciteit wordt ingedikt. Deze overcapaciteit is beoordeeld in relatie tot de totaalcapaciteit van de stad. Daarnaast streven we naar een zo intensief mogelijk gebruik van de velden op de sportcomplexen.
  • Stimulering van sterke gezonde verenigingen. Dit betekent dat de gemeente vooral zal investeren in accommodaties waar sterke vitale verenigingen gevestigd zijn. Daarnaast wordt samenwerking tussen en/of fusies van minder vitale voetbalverenigingen gestimuleerd.
  • Streven naar het huisvesten van een variëteit aan sporten op de sportconcentratiegebieden en wanneer mogelijk een combinatie aan te gaan met maatschappelijke functies.

In 2009 is het nieuwe Programma sport ‘Een leven lang bewegen’ door de raad vastgesteld. De gemeente heeft hierin drie hoofddoelen geformuleerd:

  • Bewegen: Burgers zijn en blijven gemotiveerd om te bewegen en te (top)sporten. Het is een maatschappelijk belang dat meer burgers meer bewegen. Niet alleen vanuit gezondheidsperspectief maar ook ter bevordering van maatschappelijke participatie. Wat dat betreft is sport een belangrijk onderdeel van prestatieveld 1 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Vooral bij bevolkingsgroepen met een lage sociaal economische status blijft de bewegingsnorm achter. Dit is eveneens te zien bij bevolkingsgroepen in bepaalde levensfasen.
  • Wijken en dorpen: Burgers participeren in wijken en dorpen.
  • Infrastructuur: De infrastructuur ondersteunt bewegen en (top)sport. Om het bewegen te bevorderen is het aanbieden van geschikte sportaccommodaties van groot belang. De toekomstige ontwikkeling van het vierde sportconcentratiegebied de Zuidlanden vormt hier een onderdeel in. Daarnaast zal er ingezet worden op efficiënter gebruik van basissportvoorzieningen (zo groot mogelijke benutting sportvelden) en efficiëntere inrichting van de publieke ruimte voor sport (betere ontsluiting van sportconcentratiegebieden met doorgaande fiets- en wandelpaden).

Leeuwarders in beweging

Uit een onderzoek van de GGD uit 2006 komt naar voren dat de top 10 van meest beoefende sporten in Fryslân zijn: fitness (17%), wandelen (11%), wielrennen (8%), zwemmen (6%), hardlopen (6%), voetbal (6%), tennis (6%), volleybal (5%), aerobic (4%) en paardrijden (2%). Kijken we naar alleen de mannen, dan is voetbal de tweede sport, na fitness. Daarnaast beoefent 29% van de Leeuwarders ongebonden een sport, 23% doet dit in verenigingsverband, 19% bij commerciële bedrijven en 13% op een andere manier. Dit betekent dat bijna een derde van de Leeuwarders ongebonden haar/zijn sport beoefent. Bijna een vierde doet dat in clubverband, waarbij voetbal de meest genoemde sport is. Voetbal is dus één van de belangrijke sporten om mensen in beweging te krijgen.

Sportconcentratiegebieden c.q. sportcomplexen

Het eerste punt uit de notitie Accommodatiebeleid is het toewerken naar vier sportconcentratiegebieden. Andere nog bestaande complexen zoals Aldlân en het Stadiongebied zullen worden afgestoten. De drie bestaande gebieden en het Wiardacomplex moeten voorzien in het aantal wedstrijd- en trainingsvelden in de stad. In het nieuw aan te leggen sportconcentratiegebied de Zuidlanden is geen rekening gehouden met het vestigen van een voetbalvereniging. De bewoners van de Zuidlanden kunnen bijvoorbeeld spelen bij het nabijgelegen dorp Wirdum of op het sportconcentratiegebied Nijlân.

De drie bestaande sportconcentratiegebieden zijn de Magere weide, Nijlân en het Kalverdijkje. Voetbal neemt een belangrijke plaats in op deze sportcomplexen. De afgelopen jaren is er door de gemeente veel geïnvesteerd in het opknappen van deze sportconcentratiegebieden. De algemene conclusie over het uitvoeringsprogramma is dat de uitvoering redelijk tot goed op schema ligt. De werkzaamheden aan de Magere weide en Kalverdijkje Noord zijn zo goed als afgerond. Ook de opwaardering van de accommodaties op Nijlân bevindt zich in een afrondende fase. Voor het Kalverdijkje Zuid geldt dat vorig jaar een start gemaakt is met het opknappen van een deel van het (kleed)accommodaties. Bovendien zijn varianten ontwikkeld over hoe om te gaan met de rest van de accommodaties op Kalverdijkje Zuid.

Aan de zuidkant van de stad ontwikkelt de gemeente de komende jaren een nieuw woongebied. Bij deze ontwikkeling past de realisatie van een vierde sportconcentratiegebied: Sportzone De Zuidlanden. De conclusie uit een haalbaarheidsstudie is dat er kansen zijn voor het sportconcentratiegebied De Zuidlanden. Het kan een gebied worden met zowel een wijkfunctie als een wijkoverstijgende functie. Er zijn mogelijkheden voor een breed sport aanbod. Ook kan talentontwikkeling en topsport een impuls gegeven worden.

Op dit moment zijn 8 van de 12 voetbalverenigingen gevestigd op een sportconcentratiegebied. In totaal zijn er 38 velden gelegen op de verschillende sportconcentratiegebieden en sportcomplexen die door voetbalverenigingen gebruikt (kunnen) worden. Volgens de theoretische behoeftepeiling van de KNVB in juni 2009 zijn er in totaal 28 a 29 hele wedstrijdvelden nodig. Daarbij is uitgegaan van wedstrijdvelden per voetbalvereniging. Als er bij de berekening het sportconcentratiegebied of sportcomplex uitgangspunt is, dan zouden we in de gemeente Leeuwarden theoretisch kunnen volstaan met 26 wedstrijdvelden.

Daarnaast komt uit de behoeftepeiling naar trainingsvelden naar voren dat de verschillende verenigingen in totaal 14 trainingsvelden nodig hebben. Omgerekend naar de verschillende gebieden komt de behoefte aan trainingsvelden uit op 11 trainingsveld.

Hierin is meegenomen dat kunstgrasvelden zowel als wedstrijdveld en als trainingsveld worden gebruikt.

Optimale benutting sportconcentratiegebieden

Een tweede uitgangspunt van de notitie Accommodatiebeleid is het zo efficiënt mogelijk benutten van de capaciteit van de sportconcentratiegebieden en sportcomplexen in de stad. Hiervoor zijn de volgende ontwikkelingen in gang gezet.

Op Kalverdijkje Zuid was sprake van overcapaciteit aan velden. Daarom wordt binnenkort één van de velden omgebouwd naar een rugbyveld. Tegelijkertijd is door de wijk Heechterp/Schieringen de wens uitgesproken het sportconcentratiegebied Kalverdijkje Noord-Zuid opener te maken en de parkfunctie van het gebied te vergroten. Om dit te kunnen bewerkstelligen wordt een tweede veld afgestoten.

In het sportcomplex Stadiongebied is het stadion van BVO Cambuur verkocht. De projectontwikkelaar die het stadion heeft aangekocht, zal naar alle waarschijnlijkheid het achterliggende gebied ook willen ontwikkelen. De onderhandelingen hierover zijn nog gaande. Vooralsnog gaan we ervan uit dat deze 5 velden komen te vervallen en dat de daar gevestigde voetbalvereniging elders gevestigd moet worden.

Dit betekent een indikking van in totaal 7 velden. Van de velden die door deze ontwikkelingen vervallen zijn 5 wedstrijdvelden en 2 trainingsvelden. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de toekomstige velden en dus uiteindelijke situatie op de sportcomplexen.

 

Gebied

Totaal

Veld

Wedstrijdvelden

Trainingsvelden

X

Kleedkamers

Nylân

8

Kunstgras

2

2

16

Natuurgras

4

2

Magere Weide

4,5

Kunstgras

1,5

1,5

8

Natuurgras

3

Kalverdijkje

10,5

Kunstgras

1

3,5

2

20

Natuurgras

6

Wiarda

6

Kunstgras

2

2

16

Natuurgras

4

‘t Loo

2

Natuurgras

1

1

4

X = Extra velden niet in gebruik


Vitale verenigingen

Het derde uitgangspunt van het Accommodatiebeleid is het stimuleren van vitale, sterke verenigingen. De in de rapportage opgenomen informatie over het “meten” van vitaliteit van een vereniging wordt onderschreven door de gemeente. De verenigingen die als redelijk vitaal zijn gekenmerkt hebben eveneens de potentie in zich om door te groeien naar vitaal. Vanuit de KNVB wordt ondersteuning geboden aan de matig vitale verenigingen om sterker te worden. Daarnaast worden verenigingen aangemoedigd door de KNVB en de gemeente Leeuwarden een samenwerkingsverband dan wel een fusie aan te gaan om vitaler te worden. Het is overigens niet aan de gemeente om een vereniging haar bestaansrecht te ontnemen. Wel kan de gemeente ervoor kiezen om niet vitale verenigingen niet meer te faciliteren. De vitale verenigingen willen we kwalitatief zo goed mogelijk faciliteren.

Aanbod en behoefte

Vanuit het Programma Sport zet de gemeente in op de efficiëntere inzet van sportvelden. In de stad Leeuwarden zijn 12 verenigingen gevestigd op de verschillende sportconcentratiegebieden en sportcomplexen. Zoals in voorgaande paragrafen beschreven zijn er theoretisch over de gehele stad voldoende velden beschikbaar. Er is in een aantal gevallen sprake van een mismatch: het ene complex heeft capaciteit over, het andere complex heeft een capaciteitstekort.

Dit geldt ook voor de kleedkamers. Op dit moment hanteren we de VNG norm voor het aantal kleedkamers per veld. De KNVB hanteert de ruimere NOC.NSF norm. De toename van meisjes en damesvoetbal is één van de argumenten voor een ruimere norm. Andere redenen zijn het gelijktijdig spelen van twee pupillenwedstrijdjes per ‘normaal’ veld en de maximale benutting van de velden (korte tijd tussen de wedstrijden).

Als gemeente vinden wij dit geen onredelijk argumenten voor het hanteren van een ruimere norm. De VNG en de KNVB zijn in overleg over de verschillende normeringen. We wachten de uitkomst van deze discussie af. Een voorstel dat wij verder uit willen werken is om alleen die verenigingen die meiden- en damesvoetbal hebben, tegemoet te komen in hun kleedboxenproblematiek. Dit willen we doen door een activiteitensubsidie: als er dames- of meisjesvoetbal is, kan deze vereniging een aanvraag doen voor extra kleedboxen. Knelpunt hierbij is dat er extra middelen nodig zijn om dit uit te voeren.

Toekomstbeeld voor voetballend Leeuwarden

Het bovenstaande verwoorden we in het volgende toekomstbeeld:

Leeuwarden is een stad met vitale, flexibele voetbal verenigingen die evenwichtig verspreid over de stad op de kwalitatief hoogwaardige sportconcentratiegebieden Magere Weide, Nijlân, Kalverdijkje, het Wiardacomplex en sportpark ’t Joo de voetbalsport beoefenen.

We hopen dat we door het gezamenlijk optrekken van de gemeente, de voetbalverenigingen en de KNVB het bovenstaande beeld kunnen bereiken.

Toekomstige financiële situatie

Aan het eind van deze beleidsuitgangspunten willen we ook kort ingaan op de toekomstige financiële situatie van de gemeente. Dit is geen beleidsuitgangspunt, maar wel een belangrijke randvoorwaarde om beleid uit te kunnen voeren. De toekomstige financiële situatie van de gemeente lijkt niet rooskleurig. De verwachting is dat er de komende periode bezuinigingen van rond de 20 miljoen op de gemeente Leeuwarden af zullen komen. Met deze bezuiniging zullen wij als sportafdeling ook te maken krijgen. Het is zeer waarschijnlijk dat er minder middelen naar sport zullen gaan. Het streven is om vitale en stabiele voetbalverenigingen te bewerkstelligen.

Uit het rapport kwamen ondermeer de volgende aanbevelingen:

Om te komen tot vitale, stabiele voetbalverenigingen in de stad is het van belang dat:

  • Verenigingen zichzelf de vraag stellen; Hoe ziet het amateurvoetbal in Leeuwarden er anno 2015 uit en hoe zien de verenigingen zichzelf hierin, met andere woorden waar staan we over pakweg 5 jaar.
  • Rekening houdend met het huidige ledenaanbod, zijn 7 à 8 verenigingen voldoende om in het voetbalaanbod in Leeuwarden te voorzien. Het gaat dan om grotere verenigingen (tenminste meer dan 300 leden) met teams in alle leeftijden (F-jes tot senioren).
  • Om dit te bereiken moeten de mogelijkheden voor samenwerking en fusie worden onderzocht.
  • De KNVB wil met de vereniging meedenken over de mogelijkheden om in ledenwervende zin voetbalverenigingen te ondersteunen.
  • Gezien de ervaringen dient de KNVB zich, in overleg met de gemeente, te beraden op het ontwikkelen en aanbieden van diverse gezamenlijke opleidingen en of instructies. (bijvoorbeeld op het gebied van beleid en organisatie en plezier en respect, verenigingsarbitrage, sociale hygiëne etc.)
  • Bij een aantal verenigingen zal gelet op hun financiële positie extra aandacht moeten worden geschonken aan hun financiële huishouding.
  • De rol, inzet, structuur van de Vereniging voor Leeuwarder KNVB clubs zal versterkt moeten worden.
  • Er moeten worden nagedacht hoe de onderlinge communicatie en de rol van de Vereniging voor Leeuwarder KNVB clubs hierin, tussen de verenigingen versterkt kan worden.

Om bovengenoemde aanbevelingen uit te werken adviseren wij om een werkgroep voetbal in het leven te roepen, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente, bv SPORT, KNVB en de vereniging van Leeuwarder KNVB clubs.

Zie ook 'Gemeente standvastig in voetbalbeleid', interview met de wethouder van sport van de gemeente Leeuwarden.

Zoeken
Enquete
Een nieuw Cambuurstadion, wat doe je?
 
Advertentie